De juiste plant op de juiste plek begint bij de grondsoort
Blauwe bessen (Vaccinium corymbosum) houden van een zure bodem
Waarom doet de ene plant het wel goed in de tuin, en de andere niet? Misschien staat plant A wel op een zonnige plek terwijl deze eigenlijk van schaduw houdt. Of slurpt plant B, die ernaast staat, zoveel voedingsstoffen dat er te weinig overblijft voor plant A. De juiste plant op de juiste plek zetten is een kunst, maar het belangrijkste om rekening mee te houden, is de bodem. In dit artikel leg ik uit hoe je zelf de grondsoort bepaalt, en welke planten daar goed bij passen.
Waarom de grondsoort belangrijk is
Op iedere grond, of bodem, kan een tuin aangelegd worden. Maar niet elke plant floreert op elke grondsoort. Elke grondsoort heeft specifieke kenmerken, en daar kun je een dik boek over schrijven (en die zijn er ook).
Wat vooral belangrijk is om te weten, is dat lichte grond (zoals zand) en zware grond (zoals klei) anders reageren op zon en zo andere omstandigheden creëren voor de planten. Een plant kan het daarom misschien net zo goed doen op zandgrond in de schaduw als op kleigrond in de zon. Zo wordt er vaak gezegd dat de zonnehoed (Echinacea) het alleen goed doet op zandgrond, omdat deze plant niet van natte wortels houdt. Maar mijn ervaring is dat deze plant ook goed kan gedijen in kleigrond in de volle zon.
Bepaal de grondsoort met een bodemtest
De grondsoort is zelf gemakkelijk te testen. Dit is de werkwijze:
Vul de helft van een glazen pot (bijvoorbeeld een jamppot) met aarde uit de tuin. Pak geen oppervlakkige aarde, maar graaf minimaal 20 cm diep. Voor de grond onder een bestaand terras is het verstandig om nog dieper te graven. Onder bestrating ligt doorgaans een laag ophoogzand.
Vul de rest van de pot aan met water. Schud de pot flink, en laat een nachtje staan om de minerale deeltjes (zand, silt en klei) te laten bezinken.
De volgende ochtend lees je de lagen in de pot af. Zand zakt als eerste naar de bodem, silt (het fijne materiaal tussen zand en klei in) komt er bovenop en klei vormt de bovenlaag. We spreken van leem bij een gelijke verhouding tussen zand, silt en klei (zie afbeelding hieronder).
Bodemtest met uitslag leem, illustratie © Studio Jong Baw
En hoe zit het dan met veen?
Veen is tricky. Het bevat weinig tot geen minerale deeltjes, dus geen zand, silt en klei, maar veel organisch materiaal (plantenresten). Daardoor is het erg compact, donker en over het algemeen zuur. Hoe je dit in de glazen pot ziet? Plantenresten zijn lichter dan water, dus in theorie zou veen boven het water drijven.
Maar zijn de plantenresten volgezogen met water, of zitten er toch zwaardere delen in, dan kan het ook tussen zand en klei in liggen. Het kan ook uit elkaar vallen of ‘meezweven’ in de andere lagen. Bij twijfel is het vooral belangrijk om te weten of de grond zuur is (test dit met een pH-bodemtest). De meeste planten houden namelijk niet van hele zure grond. Blauwe bessen dan weer wel.
Welke planten passen bij de grondsoort?
Nu je een beeld hebt van de grondsoort in de tuin, kun je gaan puzzelen met planten. Een grove vuistregel:
Lichte grond (zoals zand): planten die van droge tot normale grond houden
Zware grond (zoals klei): planten die van normale tot natte grond houden
Grond die ertussenin zit (leem): the best of both worlds, hier gedijen veel planten goed
Daarnaast is het ook belangrijk om rekening te houden met de standplaats: schaduw, halfschaduw of zon (lees: het voorbeeld van Echinacea). Er zijn ook nog andere voorkeuren van planten waarmee je de kansen op succes vergroot, zoals de behoefte aan bepaalde voedingsstoffen of de neiging om zichzelf te vermenigvuldigen. Garanties heb je nooit, maar als je rekening houdt met de grondsoort ben je al een heel eind.
Van losse planten naar een duurzame tuin
Planten bepalen voor een groot deel de sfeer in de tuin. Naast de grondsoort is het voor een succesvolle start ook goed om rekening te houden met hoe planten groeien, met elkaar samenwerken (concurrentie) en hoeveel onderhoud ze nodig hebben. Daarnaast zijn er van elke plant verschillende soorten, elk met hun eigen kenmerken. Zo telt het geslacht Echinacea negen verschillende soorten en honderden cultivars (gekweekte variëteiten).
Een beplantingsplan is een tekening op schaal van alle plantvakken in de tuin, waarin je de precieze plaatsing ziet van elke plantensoort. Een goed plan houdt rekening met de bodem, ligging, bloeitijd, compositie en ecologische waarde. Met de juiste planten creëer je een veerkrachtige tuin die sterk blijft in lange periodes van droogte en hevige regenval. Door vaste planten slim te combineren, krijg je een tuin die in elk seizoen iets moois biedt, én onderhoudsarm is. Kortom, een duurzame tuin.
Studio Jong Baw maakt beplantingsplannen op maat voor elke tuin. Neem gerust contact op voor een vrijblijvende kennismaking.